Het mbo kent een drievoudige kwalificatie. Jongeren, volwassenen, werknemers, werkzoekenden en herintreders worden opgeleid voor een beroep, voor een vervolgopleiding en tot burgers die volwaardig deelnemen aan de maatschappij.

De (loopbaan- en) burgerschapseisen staan, met de overige generieke eisen voor taal en rekenen, naast de eisen die aan studenten worden gesteld om in een bepaald beroep aan de slag te kunnen. In elk kwalificatiedossier staan dus zowel de beroepseisen als de generieke eisen beschreven, dat wat van iemand verwacht wordt die een mbodiploma krijgt.

Wettelijke eisen

De (loopbaan- en) burgerschapseisen gelden voor iedereen die een mbo-diploma wil halen, ongeacht leeftijd, achtergrond of werkervaring. De examencommissie van een onderwijsinstelling kan voor individuele gevallen vrijstelling geven. Hierbij moet dezelfde procedure worden gehanteerd als bij het geven van vrijstelling voor andere examenonderdelen van de opleiding.
Zie voor de wettelijke eisen het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB (de huidige versie vindt u onder relevante links). De beschrijving van de burgerschapsdimensies leest u in bijlage 1 van dit zelfde besluit.

Inspanningsverplichting

Voor (loopbaan en) burgerschap geldt een inspanningsverplichting in plaats van een resultaatverplichting. De mbo-school legt op basis van het (loopbaan en) burgerschapsdocument een inspanning voor de student vast in de onderwijs- en examenregeling. Hier moet de student aan voldoen om het mbo-diploma te behalen. De examencommissie beoordeelt of de student aan de gestelde criteria heeft voldaan.

(Loopbaan en) Burgerschap moet dus zowel in het onderwijsprogramma als in de examenregeling aan de orde komen. De eisen hoeven echter niet de vorm van een examen te hebben. Ook kan een mbo-school voor verschillende doelgroepen verschillende inspanningsverplichtingen formuleren.

Toezicht

De inspectie toetst de kwaliteit van (loopbaan en) burgerschap bij het toezicht op de onderwijskwaliteit, niet bij het toezicht op de examenkwaliteit. Zij let er op of de school de betreffende inspanningsverplichtingen bij het begin van de opleiding aan de studenten bekend heeft gemaakt. Zij vraagt de school zich te verantwoorden over de invulling van deze inspanningsverplichting.